Op een zonnige ochtend, terwijl een baby gebiologeerd naar het draaien van een mobiel boven zijn wieg kijkt, strijken de eerste stralen zacht op een fronsend voorhoofd. Er staat iets te gebeuren achter die open, onderzoekende ogen. Geen volwassene zal zich later dit moment herinneren. Toch fluistert er in het onzichtbare een belofte van herkenning, van iets wat zal blijven hangen – of misschien verdwijnen zonder ooit naam te krijgen.
Het stille werk van de hippocampus
Onder het zachte dons van een babyhoofd vindt een dans plaats die niemand ziet. In de hippocampus – het deel van de hersenen waar herinneringen wortel schieten – lijkt het leven vroeger te ontkiemen dan lang werd gedacht. Neurowetenschappelijk onderzoek wijst uit dat zelfs de jongsten onder ons hun brein al laten reageren op beelden van voorbijgaande schaduwen, triljongen patronen of kleuren die vaker terugkeren.
De gebruikelijke gedachte was duidelijk: pas na enkele maanden zou een mens kunnen onthouden, want de hippocampus was daarvoor te pril. Maar recente studies brengen daar verandering in. Baby’s, jonger dan een jaar, vertonen een meetbare hippocampusactiviteit wanneer zij vertrouwde beelden opnieuw zien. Hun ogen rusten nét wat langer op wat bekend aandoet. Een biologisch teken dat er iets wordt herkend, dat herinnering al aan het werk is.
Kijken, herkennen, onthouden
Wetenschappers volgden babyogen nauwgezet, op zoek naar de stilste bewegingen. Wanneer een foto of vorm een tweede keer wordt getoond, blijft de blik iets langer hangen. De onderzoekers koppelden deze langere kijktijd rechtstreeks aan geheugen. Met behulp van (f)MRI-technologie werd zichtbaar wat voorheen slechts werd vermoed: in de hersenen lichtte het achterste deel van de hippocampus meer op bij herkenning. Juist waar volwassen herinneringen gevormd worden.
Oudere baby’s – boven de twaalf maanden – laten die activiteit nog sterker zien. Het geheugen groeit met maanden, niet met jaren. Maar zelfs bij baby’s van drie maanden is een vroeg soort geheugen aanwezig: ze leren patronen onderscheiden, wat essentieel blijkt voor het ontwikkelen van taal en het herkennen van patronen in hun omgeving.
Tussen weten en vergeten
Toch verdwijnt het grootste deel van deze vroege herinneringen later, een verschijnsel dat infantiele amnesie genoemd wordt. Niemand kan zich zijn tweede verjaardag herinneren, zelfs niet diegenen die als peuter de geur van appelstroop mochten ruiken op een klamme zomerochtend. Mogelijk raken die allervroegste herinneringen simpelweg buiten bereik, verstrikt in de wildgroei van nieuwe ervaringen.
Oude familieopnames, waarmee kinderen hun prille zelf terugzien, geven soms een glimp van wat verloren leek. Er sluimert in het brein een fundament, opgebracht door jong geleerd herkennen en onthouden, waarmee later het huis van de volwassen cognitie wordt gebouwd. Niet alles blijft, maar het vroege geheugen plaatst zaadjes van begrip en zelfbesef.
Nieuwe wortels voor oude aannames
Meer onderzoekers betreden dit terrein, op zoek naar de precieze mechanismen achter het verdwijnen of veranderen van vroege herinneringen. De ontwikkeling van het geheugen lijkt niet langer een sprong, maar een sluipende opeenstapeling van lagen en verbindingen.
Dit besef verschuift het beeld van de baby: niet langer een blanco blad, maar eerder een tuin waarin voortdurend geplant, gewied en hergroeid wordt. De hippocampus werkt stil op de achtergrond, bouwt aan de solide basis voor al het latere weten. Het onderzoek roept nieuwe vragen op over hoe ervaringen uit de wieg het leven in de jaren daarna kunnen vormen.
Een prille herinnering blijft nooit leeg
Wie nu naar een baby kijkt, ziet vooral een warrige glimlach en onmogelijke handgebaren. Wat schuilgaat, is een wereld vol eerste indrukken die zich verankeren in een hersenstructuur die actiever is dan ooit vermoed. Het geheugen blijkt geen schakelaar die plots aangaat, maar eerder een langzame gloed, met wortels die dieper reiken en langer blijven bestaan dan men ooit voor mogelijk hield.
De vroege herinneringen – zichtbaar alleen aan subtiele blik of een moment van herkenning – vormen de grondstof voor alle latere verhalen. Wat verdwijnt, is soms slechts bedekt door nieuwe groei, niet uitgewist. In het dagelijkse leven van een baby wordt zo, ongemerkt, al volop onthouden.