De vroege ochtend voelt fris aan. Over het gras ligt nog een waas van dauw, de adem condenseert zacht in de lucht. Rond deze tijd van het jaar begint het steeds vaker te kriebelen om met de handen in de aarde te wroeten, ook al is de winter hier en daar nog hard aanwezig. Tussen hoopvolle plannen voor kleur en oogst ontvouwt zich een periode van verwachting, waarbij iedere handeling in de tuin stiekem het begin van iets nieuws markeert.
Het ontwaken van de tuin
Langs het tuinpad is een nieuwe kronkel zichtbaar tussen de takken: de krulhazelaar maakt zijn entree. Zijn grillige silhouet vangt het bleke winterlicht, de hangende katjes bewegen lichtjes op de wind. In het rijke ochtendzilver lijken de takken haast te dansen en bieden ze een onverwacht sierlijk contrast met de kaalheid van februari. Wie goed kijkt, merkt dat de katjes al hun kleur beginnen te tonen—bleekgeel soms, bij andere rassen een zacht paars.
Witte aubergines onder glas
Achter glas, waar de koude minder streng binnenkomt, worden de eerste witte auberginezaden op een dienblad gelegd. Groeipapier, een fijn laagje aarde, en daarna geduld. Het idee van aubergines zonder paarse jas lijkt wat vreemd. Namen als Clara, Paloma of Casper weerklinken zacht tussen de plantenstokken. Hier groeit straks iets ovaals, soms rond, soms langwerpig—en altijd een verrassing voor wie simpelweg bekend is met donkerpaarse soorten.
De Jersey-sjalot de grond in
De koperen schil van de Jersey-sjalot glanst in het vroege licht. Elk bolletje verdwijnt met een zekere regelmaat in korte rijen, keurig op afstand, precies zoals de tuinman ze gepland heeft. Het loshalen van de aarde zorgt voor een zachte geur. Wie de grond goed bewerkt heeft, weet zeker dat de roze, aromatische binnenkant straks zijn werk zal doen in de keuken.
Bloemen tussen het gras
Tussen de vaste planten kunnen onverwacht felgekleurde stipjes verschijnen als een handje juffertje-in-het-groen is gezaaid. Die zaden verdwijnen haast achteloos bovenop het bed, nauwelijks bedekt, want ze zijn gewend aan een beetje kou. Vanaf april is dit gras het decor van blauw, wit, paars of zelfs zachtroze. Ze vormen een natuurlijke overgang tussen het gefluister van de winter en de uitbundigheid van de lente.
Chinese anjers verlangen warmte
Op het vensterbankje groeien de eerste sprieten van Chinese anjers voorzichtig naar het licht. In een minikas onder glas, verstopt tegen wind en vorst, kiemen ze verrassend vlot. Het wachten op het zelf verspenen vraagt aandacht, bijna zorg. Pas in mei mogen deze kleine bloemen definitief naar buiten.
De zachte geur van kervel
Tussen de laatste resten herfstblad wordt kervel gezaaid in zompige geultjes van één centimeter diep. De aarde moet rijk zijn—een beetje compost helpt. Regelmatig controleren op vocht en onkruid vraagt een nauwgezet ritme. Uiteindelijk verspreidt de eerste oogst een subtiele anijsachtige geur, die de belofte van de zaaitijd bevestigt.
Tabak voor de avondgeur
Weinig tuiniers kennen de charme van bos-tabak, maar wie er eenmaal aan begint, vergeet het niet snel. De zaden krijgen warmtestimulans binnenshuis. Later, als de vorst wijkt, wordt de plant met zijn fluwelen bladeren en geurige bloemen helemaal achter in de border gezet. In de late avond verspreidt zich een bijna mysterieuze geur, zachtjes opgetild door de wind.
Zorg in de siertuin
Het snoeien en zaaien in de siertuin kent een eigen tempo. Oude stelen van zonnehoed en rudbeckia gaan tot vlak bij de grond. Althea-takken worden geselecteerd, alles boven het tweede oog wordt weggehaald. Nieuwe struiken krijgen een tijdelijke plek, hun wortels beschermd tegen nachtvorst, in afwachting van rustiger weer.
Het eerste werk in de groentetuin
Naast het koude kasje liggen zaden van voorjaarssla, radijs en vroege wortel klaar. Niet alles hoeft meteen de volle grond in—soms wachten ze op hun beurt, soms zijn het aardappelen die alvast in het licht mogen kiemen. Tegen het eind van februari mogen knoflook en uien dichter bij elkaar, klaar om als eerste bollen de tuin te vullen.
Boomgaard in rust
Tussen de fruitbomen klinkt enkel het geritsel van de winterwind. Takken worden gecontroleerd op gezwellen of ziekten, waar nodig schuin weggesneden tot het hout weer gezond oogt. Vijgen krijgen een nieuwe ent, stevig genoeg om hun knoppen boven het oppervlak te laten. En tussen de stammen verspreidt zich het dunne laagje olie—een eenvoudige bescherming tegen ongewenst winterleven.
<p>Februari in de tuin is geen race, maar een opbouwend ritueel. Het is een tijd van voorbereiding en bescherming, waarbij iedere kleine handeling de belofte van latere overvloed draagt. Zaad, bol, stek—alles komt langzaam tot leven en zet een cyclus in gang die tot in de nazomer voelbaar blijft. De winter lijkt soms eindeloos, maar onder het oppervlak is de beweging allang gestart.</p>