Elke stap klinkt dof op de natte stenen vloer, terwijl het schemerige licht verder de duisternis in zuigt. Aan de wand verschijnen contouren die met elke beweging veranderen, alsof de grot zelf geheimen bewaart achter elke bocht. Wat zich onder de oppervlakte van deze Spaanse grot bevindt, tart niet alleen de verbeelding van bezoekers, maar zet ook vastgeroeste ideeën over het verre verleden op losse schroeven.
Een ondergrondse wereld, anders dan gedacht
Dieper de grot in, waar de lucht dik aanvoelt en stilte alles omsluit, liggen geen gewone rotsblokken. Verspreid tussen de glimmende stalagmieten duiken vormen op die te logisch lijken om toeval te zijn. Gebroken en opgehoopte stenen, zorgvuldig geplaatst door mensenhanden, laten zien dat hier ooit werd gebouwd. Niet gehavend door water of tijd, maar aangepast door wie hier duizenden jaren geleden leefde.
Waar de meeste mensen bij prehistorische grotten vooral denken aan muurschilderingen, verschuift in deze grot de blik geleidelijk van de wanden naar de grond. Er zijn meer dan honderd structuren gevonden, gevormd uit stalagmieten die doelbewust gespleten, verplaatst of als groep gestapeld werden. De sporen van menselijk ingrijpen zijn onmiskenbaar. Grote stenen die doorgangen markeren, andere die ruimtes afbakenen, alsof de ondergrondse duisternis ooit werd ingericht met een plan.
Cultuur in kalksteen, van kunst tot constructies
In dezelfde diepten waar ooit afbeeldingen van paarden, edelherten en oerossen werden gegrift op het koele steen – meer dan honderd, diep verscholen – wordt nu duidelijk dat schilderen niet de enige bezigheid was. De bouwwerken, soms ritueel van aard, markeren een andere vorm van expressie: het ingrijpen in de natuurlijke structuur.
De ouderdom ervan is zichtbaar door de nieuwe lagen kalk die zich, langzaam en gestaag, hebben afgezet over de breuklijnen. Hierdoor weten wetenschappers dat deze transformaties plaatsvinden rond dezelfde tijd als de grotschilderingen, meer dan twintigduizend jaar geleden. Op sommige plekken zijn ook krassen te zien van dieren die al lang verdwenen zijn. De lijnen van prehistorische grottenberen raken de verf aan, een stille tijdlijn op het steen.
Van prehistorie naar Romeins verleden
Lang na deze eerste bewoners vonden ook Romeinen hun weg naar dit ondergrondse labyrint. Ruim tweehonderd meter van de ingang ligt een oud heiligdom, herkenbaar aan Latijnse inscripties en een bijna 2.000 jaar oude munt. In andere lagen kroop de geschiedenis verder, elk tijdperk liet haar sporen na. Toch raakte de grot haar betekenis nooit kwijt: elke beschaving vond er weer iets nieuws.
De combinatie van pure kunst en fysieke constructie binnen één grottenstelsel is zeldzaam. Het suggereert gezamenlijke activiteiten, misschien zelfs ceremonies. Zo wordt steeds duidelijker dat het geen toevluchtsoord was, maar een plek van planning, samenzijn en misschien ritueel gebruik.
Blijvende vragen onder het Spaanse landschap
Terwijl slechts een deel van de grot is blootgelegd, blijven onderzoekers terugkeren. Iedere vondst – een gebroken stalagmiet, een verschoven steen, een oud muntstuk – schaaft aan het beeld van onze voorgangers. Het ondergrondse leven blijkt gelaagder, doelgerichter en socialer dan men lang voor mogelijk hield.
Waar de stilte heerst, weerklinken nu voorzichtige stappen van archeologen en hun hypotheses. Wat ooit als puur toevluchtsoord werd gezien, krijgt laag na laag een nieuw verhaal, fel zichtbaar waar het licht op glanzend nat steen speelt. En zo groeit onder het Spaanse landschap de overtuiging dat de mens meer dan enkel bezoeker was van de duisternis – hij was bouwer, dromer, bewoner.
De Cova Dones laat daarmee zien hoe oude zekerheden hun glans verliezen. Terwijl het stof op de bodem langzaam wordt opgerakeld, verschuift ons begrip van prehistorische gemeenschappen, hun leefwereld en hun relatie met wat ooit alleen als achtergrond werd gezien: de grot zelf.